Laura Hompus, you have one new follower.

I LikeSociale media zijn haast niet meer weg te denken uit mijn dagelijks leven. Twitter, Facebook, LinkedIn, Instagram, Tumbler, Pinterest, ik heb ze allemaal. Niet dat ik ze allemaal even actief gebruik. Bij sommige social media vergeet ik voor tijden achtereen dat ik een account heb, en word ik slechts aan het bestaan van die digitale versie van mezelf herinnerd door een notificatie-email waarin me wordt meegedeeld dat ik er een volger bij heb. Of dat een offline vriend van me zich nu ook op die site heeft aangemeld en dat hij of zij nog digitale vriendjes zoekt. Meestal gaat dat soort mailtjes weer ongelezen de prullenbak in. Bij de social media die ik regelmatig bezoek, is een nieuw vriendje of volger niks nieuws, en met de rest van die sites doe ik te weinig om een nieuwe volger interessant te vinden.

Eigenlijk is het veel te vermoeiend om al die dingen altijd tot in detail bij te houden, en ben ik blij als ik op vakantie een tijdje kan afkicken van het dwangmatig checken van Facebook, Twitter of LinkedIn. Heerlijk om me offline even niet met friendrequests en new followers bezig te houden. Meestal is mijn werk bij de post ook zo’n momentje van rust en focus, waarbij ik lekker met een muziekje in één oor met flinke pas de stad door kan hobbelen. Onderweg kom ik een heleboel mensen tegen om een praatje mee te maken; winkeliers uit de wijk, maar ook lieve vriendinnetjes die me ineens om mijn nek vliegen als ze me zien lopen (Irene, je bent een schat!) Dat face-to-face contact met mensen vind ik het allerleukste van mijn werk, en is mijn optiek soms* veel waardevoller dan dat gedoe met volgers. Fijn omdat dus even achterwege te kunnen laten.

Tot vandaag. Ik was nog maar net begonnen aan mijn eerste wijk, of er werd me bij het overhandigen van de post wat toegefluisterd. “Je hebt een stalker, vrees is…” Ik begreep niet goed wat de vrouw bedoelde, maar toen ik me weer met een ruk omdraaide om mijn ronde te vervolgen, botste ik haast tegen iemand op. “U maakt vast wel heel wat kilometers op een dag, mevrouw!” zei een man met een informerende blik op zijn gezicht. Hij droeg een flodderige zonnehoed, en een bril met dikke glazen vergrootte zijn ietwat schele ogen. Hij torende boven me uit, net iets te dicht bij me staand, maar ik voelde me niet geïntimideerd. Ik krijg deze opmerking over afstand wel vaker; meestal zijn het mannen die al grappend een inschatting van mijn conditie willen maken.

Vandaag was anders. Deze man, ik schat dat hij ongeveer 35 was, maakte geen grapje. Hij stelde het vast, alsof hij in zijn hoofd al een hele berekening had gemaakt. Meteen er achteraan zei hij dat hij met een poepscooper alle hondenpoep uit het centrum van Zeist opruimde, en dat hij daarbij zo’n 20 km aflegde op een dag. Ik antwoordde dat het maar een kilometer of 8 was, wat ik op een dag loop. Hij leek in de war. Dat moest veel meer zijn. Ik vertelde dat het een keer met mijn telefoon had opgemeten. Hij wilde weten met wat voor telefoon. “Een iPhone 4.” “Een smartphone dus.” Hij vroeg het niet. “Ja,” zei ik, “ik heb de Runkeeperapp een keer laten bijhouden hoe ver het was, met GPS.” De man leek nog te berekenen of het kon kloppen, maar besloot om de afstand te laten voor wat het was. Hij begin te vertellen over de eindeloze wandelingen die hij daarnaast in zijn vrije tijd nog maakte. Intussen bleef ik gewoon doorgaan met post bezorgen, dus hij onderbrak zijn relaas elke keer dat ik een winkel in dook en bleef voor de deur staan wachten tot ik weer naar buiten kwam. Elke keer keek hij me aan met een bepaalde verwachting, blij dat hij zijn gesprekspartner weer terug had. “U loopt ook snel zeg!” “Ja, anders komt die post nooit bij de winkels”, zei ik terwijl ik weer een winkel indook.

Enkele winkeliers keken me een beetje vreemd aan, omdat ik mijn ‘fijn weekend’ mengde met vrolijke flarden van een gesprek met de eigenaardige man die achter me aan aan het lopen was. Ik betrapte mezelf er op dat ik me afvroeg wie deze snuiter was, en waarom hij met me mee bleef lopen. En waarom hij me vertelde dat zijn vader dood was en dat hij dat niet erg vond omdat het een slechte vader was, maar dat hij daarom zijn wandeling van 120 km niet kon afmaken. En dat hij daarom maar de dag erop 150km liep om zijn dode vader te laten zien uit wat voor hout hij gesneden was. Het leek me nogal sterk dat hij die afstand op één dag liep, maar voor ik hem kon vragen over de verzuring in zijn  spieren hadden we het alweer over lezen, dat hij De Slegte een fijne winkel vond, en Polare** niet omdat de mensen daar volgens hem onaardig waren. Ik verdedigde Polare door te zeggen dat ze altijd heel aardig waren tegen mij, en dat ik het voor mij een soort snoepwinkel is. Toen kwam ineens het hoge woord eruit, in één lange adem legde de man de vinger op de zere plek: “Misschien vinden ze mij dan niet aardig omdat ik het altijd over de verkeerde onderwerpen praat en slecht ben met gevoelens want ik ben een autist. Ik heb autisme. Daarom zijn mensen misschien niet zo blij om mij te zien.” “Oh.”

Even haatte ik mezelf omdat ik mijn gedachten had laten meeslepen door de semi-negatieve reacties op de man zijn opmerkelijke gedrag. Hij deed immers geen vlieg kwaad, was niet onbeleefd en belemmerde me niet in het doen van mijn werk. Hij liep enkel met me mee, pratend over wat hij leuk vond, in de tussentijd op haast gefascineerde wijze observerend hoe ik mijn werk deed. Hij was hooguit een tikkeltje recht voor zijn raap, maar dat vond ik juist verfrissend.

“Daar kun jij toch ook niks aan doen joh, dat je autisme hebt!” zei ik hem verbluft. Hij leek gerustgesteld. “Nee, dat klopt.”

Opeens was ik mijn volger kwijt. Ik geloof dat hij voor de ingang van de Polare in afwachting op mijn terugkeer is blijven plakken aan een NRC/nrc next-verkoper. Ik riep nog goed weekend, maar de zonderling was uit het zicht verdwenen. “Wat jammer,” bedacht ik me, “hoe zou hij heten?”

xLH

*ik kan trouwens ook 825 redenen noemen waarom ik online netwerken belangrijk vind, maar dat bewaar ik voor een andere keer.

** Polare is de nieuwe naam van Selexyz/Broese nadat ze zijn samengegaan met De Slegte. Ik vertelde dat aan de man, maar hij bleef bij zijn voorkeur voor De Slegte.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *