Moeders hebben altijd gelijk?

Wè-hèèèl! Nie-hiíéét! Met over elkaar geslagen armen staat Liselotte tegenover me en ze kijkt me brutaal aan. Behoorlijk brutaal. En dat voor een meisje van nog geen 3 jaar oud. Hoe is het mogelijk, het leek nog gisteren dat ik op eenzelfde manier tegenover mijn moeder stond, en dat ze zei: “Wacht maar tot je zelf kinderen hebt, dan snap je hoe dat is!” En ik weet nog dat ik dacht, “Klets maar raak, die dag laat nog heel lang op zich wachten!” Dacht ik. Tot gisteren dus mijn oppaskindje me ervan probeerde te overtuigen dat ze heus niet haar speelgoed hoefde op te ruimen voor het middagdutje gaan. Snotaapje. Twee minuten later was ze alweer vergeten dat ze niet wilde opruimen en werden de duploblokjes met brute kracht de emmer in gelanceerd. Na haar dutje wist ze nog precies waar ze alles had gelaten.

Grappig eigenlijk hoe men zegt dat wijsheid met de jaren komt. In veel gevallen heeft ‘men’ daar gelijk in. Ervaring leert je dat je beter niet met een mes in je neus kan peuteren. Of dat je zorgt dat je veters gestrikt zijn als je gaat fietsen (vorige week nog vast komen te zitten aan m’n trapper en kennis gemaakt met het trottoir, true story…). Of dat je fiets goed moet vastleggen als je hem na het stappen nog terug wenst te vinden. Natuurlijk komt die wijsheid met de jaren.

Maar hoe zit het dan met al die volwassenen die zogenaamd ouder en wijzer zijn, maar hun kind het slachtoffer laten worden van een vechtscheiding? Van die volwassenen die emigreren naar de andere kant van de oceaan, kind meenemen, en vervolgens de achterblijvers het onmogelijk maken om hun broertje te blijven opzoeken? Hoe zit het dan met die mensen die een meisje van 13 blokkeren op MSN omdat er een keer een avatar gebruikt werd die niet in de smaak viel? En dan vervolgens 9 maanden niks van zich laten horen zonder dat het meisje weet wat ze misdaan heeft. Dat overkwam mij namelijk. Ik was 7 toen mijn ouders -gelukkig erg geciviliseerd- uit elkaar gingen. Vader kreeg een nieuwe relatie, en samen kregen zij een zoontje, E. We hadden dan wel niet dezelfde moeder, maar ik beschouwde dat blonde bengeltje net zoveel mijn broer als S. Nu nog steeds trouwens.

Elk weekend reisden we vanuit Utrecht naar Helmond op en neer om mijn vader, J en E op te zoeken. Ik was gelukkig, ondanks het stigma dat rust op ‘gebroken gezinnen’. Eén weekend echter, toen ik 12 was, nam J S en mij apart. Voor haar als Amerikaanse waren er dingen die ze in Nederland nog niet kon doen, zoals werken, autorijden en haar familie vaker zien. En hoewel ze heel veel van mijn vader, S en mij hield, had ze toch besloten om terug te gaan naar Amerika, en E mee te nemen. Ik weet niet meer zo goed wat ik toen dacht. Volgens mij begreep ik het wel. Natuurlijk was ik verdrietig, maar voor haar was het ook niet makkelijk in een ander land, met haar familie en vrienden aan de andere kant van de oceaan. Waar ik vooral aan dacht was, dat het zou betekenen dat ik mijn broertje niet meer zo vaak zou zien. In die tijd bestond Skype nog niet, en waren we aangewezen op de telefoon (wij moesten bellen want zelf had ze geen internationale belmogelijkhijd genomen op de telefoon…) en op haperende MSN-chats over een inbelverbinding met een webcam uit het jaar nul. Daarbij halen digitale knuffels en kussen het bij lange na niet bij een echte.

Daar hadden mijn vader en J wat op bedacht; het ene jaar zouden wij daarheen gaan, het andere jaar zouden zij hierheen komen. Dat is er in de praktijk op neergekomen dat ik met mijn vader 1 keer daarheen ben gegaan. Toen zij het jaar erop hierheen kwamen, bleek dat J een nieuwe man had ontmoet, waarmee ze een half jaar later -letterlijk- in het huwelijksbootje is gestapt. Mijn vader voelde er weinig voor om erna geconfronteerd te worden met een nieuwe man bij het bezoeken van zijn zoon. In de jaren erna is mijn moeder twee keer met S en mij daarheen gegaan, omwille van onze relatie met ons broertje. Dat laatste bezoek is uitgelopen op een drama. Eigenlijk was het dat al  voordat we goed en wel geboekt hadden. 3 weken met E door de staat toeren werden er 2, 2 weken toeren werden ineens rond het dorp blijven. Toen bleek dat we eigenlijk niet meer waren dan een doordeweekse kinderopvang en we E niet eens de weekenden mochten zien, is mijn moeder ontploft. Wij hadden immers een reis van duizenden euro’s geboekt, enkel om bij E te kunnen zijn, niet om een stel dikke oma’s door een winkelcentrum in Florida te zien schuifelen. J leek dat niet zo belangrijk te vinden. En dat ondertussen haar eigen kind leed onder het contactrantsoen waarop we gezet waren, leek ze niet te zien. Het laat zich al raden: nadien heb ik E niet meer in het echt gezien.

Gelukkig werden we allebei wat ouder, verbeterde de online techniek en kunnen we nu via Facebook en Skype nog enigszins met elkaar in contact blijven. E en ik tenminste, want J spreek ik niet. Mijn vader spreekt hem niet. S spreekt hem niet. Ik ben de enige die wist dat ze verhuisd waren, dat ze een nieuw telefoonnummer hadden. Terwijl ik dit schrijf word ik er weer pissig van. En verdrietig tegelijk; die tien jaar van zijn leven ben ik kwijt, heb ik dingen gemist, mis ik nog steeds. Het feit dat mijn vader mij moet vragen om het adres van zijn eigen zoon, snijdt me door mijn ziel.

Is dat de wijsheid die met de jaren komt? Is dat het voorbeeld dat de oudere generatie kan geven aan hun kinderen? Dat het niet erg is om kinderen het contact met hun broertje moeilijk te maken, louter omdat je zelf je American Dream wil naleven? Tja. Ik zou het anders hebben aangepakt. Wat J betreft… Ik koester geen wrok of haat of wat dan ook; dat is zonde van de energie. Zodra ik afgestudeerd ben, wil ik E opzoeken. Hij is inmiddels oud genoeg om zef auto te rijden, heeft een auto voor zichzelf. Wat mij betreft zeg ik J één keer gedag en verder vind ik het wel best.

sanderelliotik

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *