Slapeloosheid

In Rio is het vier minuten voor middernacht. Ik hoor in bed te liggen, met een ventilator op mijn bol. In feite zit ik ergens boven de oceaan, ben ik de evenaar al over, en bevind ik me ongetwijfeld in een andere tijdzone. Hoe laat zou het zijn, één uur later, twee? Door het raampje aan mijn linkerkant kan ik een constellatie zien waarvan ik de naam vergeten ben. Aan mijn rechterkant ligt Ricardo uit Lissabon heerlijk te snurken, zich onbewust van de duisternis buiten. Hoewel ik moe ben, zit ik klaarwakker in de vliegtuigstoel met immer te weinig beenruimte. Tijd maakt hier niet uit, zo hoog in de lucht en ver van alles wat met het aardse, leven te maken heeft. Met een snelheid van 883 km per uur op een hoogte van 11300 meter voert de piloot een race met de klok mee, de dageraad achteraan. Alsof morgen niet snel genoeg kan komen. Voor mijn moeder kan morgen ook niet snel genoeg komen. Voor mij… ben ik blij dat ik me nog even in een tijdloze duisternis bevind. De afgelopen zes maanden zijn voor mijn gevoel zo snel voorbij gegaan, dat ik deze uren nog even nodig heb om te wennen aan het idee dat ik een heel leven achter me laat in Brazilië. Het is een raar, gemengd gevoel dat ik nog niet eerder in mijn leven heb ervaren. Zes maanden is genoeg tijd om de taal te leren, je thuis te voelen en vaste klant te worden van papierwinkels en sapbarren. Zes maanden is genoeg tijd om je te hechten aan oppaskinderen, een huisgenoot, portieren van het gebouw en mensen die je elke week bij CouchSurfbijeenkomsten ziet. Zes maanden is genoeg om hopeloos verliefd te worden, te vallen voor de schoonheid van een land, de taal en het klimaat. Maar zes maanden is ook genoeg tijd om een heleboel gebeurtenissen in je geboorteland te missen, om je vrienden thuis te missen, je familie te missen, en om weer zin te krijgen in een frikandel speciaal en Hollandse nuchterheid. Ik mis thuis, al heb even geen idee meer wat thuis is. In één van mijn eerste Rioblogs schreef ik namelijk dat het voelde alsof ik thuiskwam in Rio, en elke keer dat ik bij het afscheidnemen van mensen daar zei dat ik “naar huis” ging, voelde het als verraad. Rio is ook thuis geworden. Niet eens zozeer vanwege de stad zelf, als wel vanwege de manier waarop ik in die stad geleefd heb heb en gegroeid ben. Als ik zeg dat ik “naar huis” ga, lijkt het net alsof ik er even een half jaar op vakantie was, maar nu weer terugkeer naar mijn oude leven, naar de persoon die ik was voor ik naar Rio kwam. In feite keer ik terug naar de plek waar ik ben opgegroeid, de plek die bepaald heeft wat voor mij bekend en vertrouwd is, wat ‘mijn cultuur’ is. Dingen zullen echter nooit meer hetzelfde zijn, ík zal niet meer hetzelfde zijn. Hoop ik.

Volgens mij heeft iedereen die voor langere tijd weggaat uit het land waar hij of zij het grootste deel van zijn leven heeft doorgebracht last van dit geviel van ontheemd zijn. Reverse cultureshock wordt het ook wel genoemd, geloof ik. In de taxi op weg naar het vliegveld had ik het met Jorge, de chauffeur hierover. We kwamen tot de conclusie dat je het op twee manieren kunt zien. Ofwel je laat dingen achter, neemt afscheid van mensen en treurt om de dingen die je moet missen. Ofwel je ziet het als een aankomen op een nieuwe plek, met herinneringen en ervaringen als bagage bij je. De trein die het station verlaat is dezelfde als de trein die aankomt bij een nieuw station. Het is aan jezelf om te bepalen aan welk van de twee opties je de voorkeur geeft. Ik geef de voorkeur aan optie twee; mijn vliegtuig is opgestegen uit Rio de Janeiro, beladen met herinneringen, levenservaringen en een nieuw zelfbeeld. Ik ben klaar om van Nederland opnieuw mijn thuis te maken.

Dus… Is het al morgen?

20120506-014748.jpg

Warning: count(): Parameter must be an array or an object that implements Countable in /customers/d/2/3/hompus.eu/httpd.www/laura/wp-includes/class-wp-comment-query.php on line 405

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *